Megastal

Veebedrijf met een substantieel grotere omvang dan een familiebedrijf. De Wageningen Universiteit (WUR) noemt als criterium voor een megastal minimaal 7.500 mestvarkens, 1.200 fokvarkens, 120.000 legkippen, 220.000 vleeskippen of 250 melkkoeien. Zie het WUR-onderzoek uit 2007, getiteld Megastallen in beeld’. Op basis van deze aantallen telt Nederrland in 2022 ca. 1.000 megastallen.

De opkomst van megastallen in Nederland na de eeuwwisseling is sterk gestimuleerd door het gevoerde overheidsbeleid.

De landbouwontwikkelingsgebieden op basis van de Reconstructiewet concentratiegebieden van 2002 maakten fors grotere bedrijfspercelen mogelijk voor veehouderijbedrijven dan tot dan toe gebruikelijk was.

Het Besluit huisvestingssystemen veehouderijen (2005) stelden (later onbetrouwbaar gebleken) emissie-eisen aan veehouderijbedrijven, maar bood gelijktijdig de ruimte om de daarmee gerealiseerde emissiewinst op te vullen met het houden van meer dieren.

Op basis van de Meststoffenwet (1986) is productierechtenhandel (dierrechten en fosfaatrechten) toegelaten, wat betekent dat stakende bedrijven de productierechten konden verkopen aan de blijvers met een uitbreidingsinitiatief.

Woordenboek

Megastal