Biodiversiteit

De mate van verscheidenheid aan levensvormen binnen een gegeven ecosysteem. De biodiversiteit wordt beschouwd van genetische variatie tot en met variatie aan ecosystemen, maar meestal wordt er impliciet de soortenrijkdom mee bedoeld.

Biodiversiteit (soortenrijkdom) is belangrijk, omdat er veel onderlinge relaties zijn tussen soorten, die gezamenlijk de kwaliteit van een ecosysteem mede-bepalen (naast de abiotiek). Zonder een deel van de biodiversiteit kan een ander deel ook niet leven, waardoor ecosystemen degenereren. Zo zijn bloemen en bestuivers wederzijds afhankelijk van elkaar en kunnen bomen niet zonder strooiselafbrekers in de bodem (bacteriën, schimmels, wormen, en kleine geleedpotige diertjes, zoals mijten en springstaarten).

In het stikstofbeleid is er in de praktijk alleen oog voor de biodiversiteit die via de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn wordt beschermd, terwijl ook buiten N2000-gebieden grote stikstofgevoelige natuurterreinen aanwezig zijn, waaronder de Utrechtse Heuvelrug.

Woordenboek

Biodiversiteit