Beheerplan

Het beheerplan is in 2005 in de toenmalige Natuurbeschermingswet geïntroduceerd, waarmee de maatregelen moeten worden vastgelegd die nodig zijn voor het behoud en herstel van de relevante habitattypen en populaties van soorten van dat Natura 2000-gebied.

Per habitattype worden natuurbeheermaatregelen genoemd die nodig zijn om het habitattype in een gunstige staat van instandhouding te brengen en te houden. Dit kan gaan om stikstofschade, maar bijvoorbeeld ook hydrologische (waterhuishouding) maatregelen of verstoring door intensieve recreatie.

Over de effectiviteit van natuurherstelmaatregelen in verband met stikstof terwijl de KDW nog ernstig wordt overschreden, zie hoofdstuk 4 uit de wetenschappelijke publicatie ‘Stikstof en Natuurherstel’ (Van den Burg et. al., 2021).

Met het beheerplan kunnen ook vergunning-vrijstellingen worden verleend. Dat maakt het beheerplan niet alleen ecologisch maar ook juridisch van belang.

Een beheerplan wordt opgesteld door provincies en/of Rijkwaterstaat en is alleen bindend voor het bevoegd gezag. Het beheerplan heeft een geldingsduur van 6 jaar. De basis voor de eerste serie beheerplannen ten tijde van het PAS (2015-2019) waren de gebiedsanalyses. De basis voor de tweede serie beheerplannen zijn de natuurdoelanalyses.

De eerste serie beheerplannen had een beperkte focus, waarbij maatregelen veelal werden beperkt tot maatregelen die in het gebied konden worden uitgevoerd. Maatregelen om de drukfactoren aan te pakken (passende maatregelen) ontbraken. Bij de actuele herzieningen van de beheerplannen is duidelijk geworden dat in veel gebieden ook maatregelen buiten het Natura 2000-gebied noodzakelijk zijn vanwege drukfactoren zoals stikstofdepositie, verdroging en bestrijdingsmiddelen.

Voor de beheerplannen, zie:

Woordenboek

Beheerplan