Prejudiciële vragen
Vragen van nationale rechters van EU-lidstaten aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg over de juiste interpretatie van alle geldende Europese richtlijnen. Wanneer het Hof van Justitie van de Europese Unie de vragen heeft beantwoord dienen alle nationale rechters conform de gegeven antwoorden recht te spreken. Hiermee wordt uniformering van het Europees recht geborgd.
Voorafgaand aan de PAS-uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 werden door de Raad van State prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie over de juiste interpretatie van artikel 6 lid 3 Hrl. Op basis van de antwoorden moest de Raad van State concluderen dat het PAS niet voldeed aan de voorwaarden van Habitatrichtlijn. Voor die prejudiciële vragen uit 2017, zie ECLI:NL:RVS:2017:1259 en ECLI:NL:RVS:2017:1260.
Voor de conclusie van Advocaat-generaal Kokott van 25 juli 2018, zie ECLI:EU:C:2018:622. Voor het arrest van de Europees Hof van Justitie, zie ECLI:EU:C:2018:882.