Beëindigingsregeling (LBV-LBV+)

Met de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties worden bestaande (veehouderij)bedrijven vrijwillig uitgekocht. Bedoeld om stikstofemissies door veehouderij te beperken, met een focus op piekbelasters. Synoniem van voor uitkoopregeling.

Uitkopen van bedrijven is zowel een bronmaatregel alsook een passende maatregel in de betekenis van artikel 6 lid 2 Hr.

Voor de regeling, zie:

Op de regeling bestaat zware kritiek vanwege de combinatie van enerzijds de vrijwillige deelname en anderzijds de blijvers van wie geen inzet werd gevraagd. Van de wortel en de stok ontbrak de stok: de mogelijkheid van uitkopen werd niet gecombineerd met de plicht van de blijvers om emissies te reduceren. Door dit vrijwillige karakter van de regeling zijn bedrijven uitgekocht die om andere redenen ook al zouden zijn gestopt. Het rendement van het bestede geld was hierdoor onnodig laag.

PBL (2022), Beëindigen van veehouderijen, Lessen uit 25 jaar beëindigingsregelingen:

NRC publiceerde met Follow the Money (FTM) op 24 april 2025 een onderzoek naar de praktijk van de regeling. Zie (betaalmuur):

Een tweede punt van kritiek is het gebrek aan regie op de herbestemming van de agrarische percelen. Als gevolg daarvan is grasland omgezet naar vormen van akkerbouw, bloemen-, groente-of fruitteelt waarbij bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, waardoor de natuur om andere redenen onder druk blijft staan. Ook vragen gewijzigde vormen van landbouw vaak om meer beregening wat weer zorgt voor verdroging in de natuurgebieden.

Voor verder lezen, zie de rapporten Landbouw en natuurverkenning, Op zoek naar een nieuwe balans tussen landbouw en natuur in 2050 (PBL, 2025), en Normeren en beprijzen van stikstofemissies (ADB Topconsult, 2023).

– Politieke duiding

Betaalbaarheid, effectiviteit en ondernemersverantwoordelijkheid zijn drie begrippen die tot nu toe hebben ontbroken in het politieke debat over de uitkoopregelingen. De verantwoordelijkheid voor de optredende milieugevolgen liggen in de eerste plaats bij de betrokken ondernemer, en niet bij de gemeenschap. Als de ondernemer een ta lage prijs krijgt voor zijn producten dan geeft dat een conflict met de supermarkten, en niet met natuur en milieu.

Indien dan toch een een uitkoopregeling wordt aangeboden, dan dient die gekoppeld te worden aan een reducttieplicht voort de blijvers. Dan hebben de ondernemers de keuze tussen uitkopen of reduceren. Daarmee wordt het gemeenschapsgeld veel effectiever besteed.

Overigens ontbreekt het geld voor het verlengen van de LBV-uitkoopregelingen, gegeven de vele andere taakstellingen van het openbaar bestuur.

Woordenboek

Beëindigingsregeling (LBV-LBV+)