Depositie
Neerslag van emissies uit de lucht op de vegetatie, bodem en water. De Nederlandse stikstofdeposities zijn hoofzakelijk afkomstig van de landbouw en in mindere mate uit schoorstenen (bedrijven en huishoudens) en uitlaten (wegverkeer).

Depositie bestaat uit droge depositie en natte depositie. Droge depositie is ten dele een passief proces, maar vegetatie, bodem en water ‘zuigen’ als het ware ook actief stikstof uit de lucht. Dit ‘zuigen’ is een moeilijk te beschrijven proces, omdat het afhangt van vele factoren zoals bijvoorbeeld de toestand van huidmondjes van planten, of de chemische samenstelling van de bodem. Daarom is droge depositie beperkt bekend, zowel in model als in meting.
Natte depositie is het proces dat stikstof opgelost in water (regen, sneeuw) op de grond en in het oppervlaktewater valt. Natte depositie is goed te meten en redelijk goed te modelleren.
Dicht bij de bron overheerst droge depositie; vanaf circa 50 km van de bron is natte depositie groter dan droge. De combinatie van droge en natte depositie zorgt ervoor dat de depositie met toenemende afstand steeds beter te berekenen valt: de rol van de relatief onbekende droge depositie wordt gaandeweg vervangen door die van de relatief goed bekende natte depositie.
De mate van depositie over de afstand vanaf de bron verschilt per stof. Stikstofoxiden verdwijnen minder snel uit de lucht dan ammoniak. Maar beide stoffen verspreiden zich uiteindelijk wereldwijd. De depositiesnelheid is mede afhankelijk van de ruwheid van het aardoppervlak. Daarom vangt bos, bij een gelijke stikstofconcentratie in de lucht, veel meer stikstof in dan oppervlaktewater.

Bron: www.rivm.nl/stikstof/stikstofdepositie