Greenpeace-uitspraak rechtbank Den Haag (2025)
Op 22 januari 2025 deed de rechtbank Den Haag in een civiele procedure een uitspraak waarmee de Nederlandse regering werd verplicht om minimaal de stikstofdepositiereducties te realiseren zoals bepaald in de Wet Stikstof en Natuurherstel (het huidige artikel 2.15a Omgevingswet), met een prioriteit voor de natuurtypen op de B-ware urgentielijst. Dit gebeurde op verzoek van stichting Greenpeace. Daarom is deze uitspraak bekend komen te staan als de Greenpeace-uitspraak.
Deze uitspraak in combinatie met de Rendac-uitspraak van de Raad van State van 18 december 2024 was aanleiding voor het kabinet-Schoof om de Ministeriële Commissie Economie en Natuur (MCEN) samen te stellen. Deze twee uitspraken verhoogden de druk op het kabinet om maatregelen te nemen, maar die uiteindelijk toch weer uitbleven.
Momenteel – april 2026 – is een hoger beroep van de Staat tegen de uitspraak van de rechtbank in behandeling bij het Gerechtshof. Over de betekenis en de risico’s van de rechtszaak circuleren verschillende opvattingen.
Voor de uitspraak en de toelichting van de rechtbank bij de uitspraak, zie
www.rechtspraak.nl/stikstofdoel
– Politieke duiding
De oorspronkelijke eis van Greenpeace ging veel verder dan de stikstofdepositiereductie zoals bepaald in de Wet Stikstof en Natuurherstel. Deze eis is door de rechtbank afgewezen. De uitspraak kon in januari 2025 toch als een succes worden neergezet omdat met het aantreden van minister Wiersma ook de doelstelling van Wet Stikstof en Natuurherstel politiek politiek ter discussie stond. De uitspraak was in feite de rechterlijke verankering van het reeds geldende wettelijke doel, met de aantekening dat prioriteit moest worden gegeven aan de zeer stikstofgevoelige gebieden.
Het kabinet Jetten, dat in 2026 is aangetreden, trekt het lopende hoger beroep niet in. Dit kabinet bestaat uit de zelfde coalitiepartners als die van het kabinet Rutte IV, en verantwoordelijk zijn geweest voor de Wet Stikstof en Natuurherstel: D66, VVD en CDA. Door het hoger beroep te handhaven maken deze drie partijen zich verantwoordelijk voor een rechtszaak tegen naleving van een wettelijk vastgelegd stikstofdoel die onder de verantwoordelijkheid van deze zelfde partijen enkele jaren eerder in de wet is vastgelegd. De conclusie is voor de lezer.