Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn, 2021)
Wet van 1 juli 2021 waarin is vastgelegd dat in 2030 minimaal 50% van de stikstofgevoelige natuur in N2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde (KDW) moet zijn gebracht.
Deze wet kwam tot stand na advies van de commissie Remkes I. Die adviseerde in juni 2020 in ‘Niet alles kan overal‘ om de stikstofemissies in 2030 met 50% te reduceren. Vervolgens zijn in de zomer van 2021 stikstofreductiedoelen in de wet vastgelegd, uitgedrukt in percentages stikstofgevoelige natuur die in 2025 (40%) 2030 (50%) en 2035 (74%) onder de KDW zouden moeten zijn gebracht.
Tijdens kabinet-Rutte IV (10 januari 2022 tot 2 juli 2024) werd afgesproken om de wettelijke reductiedoelen met 5 jaar te versnellen. Dan zou in 2030 74% in plaats van 50% van de stikstofgevoelige natuur onder de KDW moeten zijn gebracht. Deze coalitieafspraak is door de toenmalige coalitiepartij CDA gebroken, met als gevolg dat de doelen van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering nog steeds gelden.
In de Greenpeace-stikstofuitspraak van 22 januari 2025 is door de Rechtbank Den Haag in een civiele procedure geoordeeld dat het wettelijk vastgelegde doel voor 2030 als de meest minimale invulling van de verplichtingen van de Habitatrichtlijn-reductieverplichting van de Nederlandse Staat moeten worden beschouwd.
Het kabinet-Schoof (2024-2025) nam het initiatief om de wettelijke doelen weer volledig te schrappen. Daartoe is opgesteld het wetsontwerp Spoedwet vervangen omgevingswaarde stikstof. De afdeling wetsadvisering van de Raad van State adviseerde negatief over het wetsontwerp. De status van dit wetsontwerp is onzeker.