Rekenkundige Ondergrens (RKO)
Berekende (stikstof)depositiegrenswaarde van een project middels het AERIUS-rekenmodel, gebaseerd op de wetenschappelijke claim dat onder deze waarde de uitkomst niet met voldoende zekerheid aan het project worden toegerekend. In iets andere woorden: depositiegrenswaarde waaronder het verband zou ontbreken tussen de berekende depositiewaarde en de emissie van de beoogde activiteit.
De onderliggende gedachte hierbij: indien er geen betrouwbare depositierekenwaarde genoemd kan worden bij een bedrijfsemissiebron dan kan dat bedrijf ook geen vergunningplicht worden opgelegd.
In het TNO-onderzoeksrapport ‘Een ondergrens in de berekening van stikstofdepositiebijdragen voor vergunningverlening’ in opdracht van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is iechter al in 2024 geconcludeerd dat voor een rekenkundige ondergrens geen wetenschappelijke onderbouwing gegeven kan worden. In de woorden van TNO:
Er zijn vanuit de modeltheorie, de mate van ondersteuning door meetgegevens en de voorspelonzekerheid onvoldoende argumenten gevonden voor een waarde waaronder de berekende stikstofbijdragen ten gevolge van een bron met onvoldoende zekerheid aan die bron toe te schrijven zijn.
Vervolgonderzoek heeft deze conclusie niet gewijzigd. Zie bijvoorbeeld:
In dit artikel is de belangrijkste conclusie dat een rekenkundige ondergrens anders dan nul niet kan bestaan, omdat de nauwkeurigheid van een model niet afhangt van de bronsterkte (de hoeveelheid stikstofemissies). Aangezien de depositie evenredig is met de emissie kunnen alle depositietoenamen, hoe klein ook, met dezelfde betrouwbaarheid worden berekend.
Het achterliggende motief voor deze discussie over een rekenkundige ondergrens groter dan nul is het vrijwaren van bedrijfsactiviteiten van de vergunningplicht. Waar een onvoldoende zeker verband bestaat tussen emissie en depositie kan volgens de pleitbezorgers van de RKO in redelijkheid ook geen vergunningplicht worden gesteld. Het is een voorbeeld uit een langere lijst van politieke initiatieven om de stikstofkwestie te reduceren tot een juridische kwestie, zonder dat het bijdraagt aan een werkelijke oplossing. De zogeheten ‘geitenpaadjes’.
De rekenkundige ondergrens is politiek-juridisch nadrukkelijk te onderscheiden van de drempelwaarde. Bij een drempelwaarde wordt juist wel het mogelijke verband erkend tussen de emissie en de berekende depositiewaarde, maar wordt op grond van beleidsoverwegingen toch een drempelwaarde gehanteerd voor de vergunningplicht. Het bekendste voorbeeld hiervan zijn de PAS-melders. Onder het PAS gold een drempelwaarde van 1 mol, wat betekende dat alle bedrijfswijzigingen met een depositiewaarde onder 1 mol zonder vergunning konden uitbreiden. De PAS-drempelwaarde bleek echter onwettig, wat betekent dat de betrokken activiteiten illegaal zijn uitgebreid vanwege het ontbreken van de vereiste vergunning.