Productierechtenhandel

Handel in dierrechten en fosfaatrechten voor het houden van kippen, varkens en melkkoeien, gevolg van de Meststoffenwet. Productierechten worden ook dierrechten (recht om dieren te houden) genoemd, niet te verwarren met dierenrechten (rechten toekennen aan dieren).

De gewijzigde Meststoffenwet verving in 1987 de ‘Interimwet beperking varkens- en pluimveehouderijen’ uit 1984 waarmee voor mestproductierechten een plafond was ingevoerd om een grens te stellen aan het aantal kippen en varkens in Nederland. Dit was noodzakelijk omdat de mest van de Nederlandse veestapel ernstige schade veroorzaakt aan bodem, water en natuur.

Deze maatregel voor varkens- en pluimveebedrijven volgde op het Europees-rechtelijke melkquotum in 1984, bedoeld als marktregulering van het binnen de Europese Unie opgetreden melkproductie-overschot. Anders dan in de meeste andere landen speelde in Nederland naast het melkproductie-overschot ook nog een mestproductie-overschot. Het Europese melkquotum is in 2015 beëindigd nadat het melkproductie-overschot was opgelost. Omdat in Nederland het mestproductie-overschot niet was opgelost en de Nederlandse melkveehouders fors meer koeien gingen houden waardoor de mestproductie fors toenam, is ingegrepen door het houden van melkkoeien te binden aan fosfaatrechten.

De Meststoffenwet staat toe dat deze productierechten (dierrechten voor kippen en varkens en fosfaatrechten voor melkvee) kunnen worden verhandeld. Veebedrijven die stoppen (pensioen enz.) verkopen de productierechten aan een veebedrijf dat wil uitbreiden. Het gevolg is dat het aantal dieren – de bron van de mest, het eigenlijke probleem – onvoldoende wordt beperkt en zo de problemen, waaronder de stikstofschade, in stand worden gehouden. Al tientallen jaren neemt het aantal veebedrijven in Nederland af terwijl het veebestand vrijwel gelijkblijft. De productiehandel is tevens een belangrijk mechanisme geweest achter het ontstaan van de Nederlandse megastallen sinds de eeuwwisseling.

Als een afname van de mestproductie op landelijk niveau nodig is, en we dat zo min mogelijk gedwongen willen doen, dan ligt het voor de hand om de productieruimte van de stoppende boeren te laten verdwijnen. Ook ligt het voor de hand om de latente (onbenutte) productieruimte door te strepen. Belangrijk gegeven hierbij is dat deze productierechten in het verleden in de meeste gevallen gratis is toegekend aan de veehouderijbedrijven.

Van drang is dan geen sprake, en het levert een zekere afname van de emissies op. Bovendien is het juridisch gedekt door jurisprudentie van de Hoge Raad. Zie de uitspraak van 16 november 2001, (ECLI:NL:HR:2001:AD5493). Anders dan door sommigen wordt gesteld is het doorstrepen van productierechten geen ontnemen van eigendomsrechten. Deze maatregel zou de belastingbetaler miljarden euro’s kunnen besparen.

Door de handel van productierechten heeft dit publiekrechtelijk reguleringsinstrument een privaatrechtelijke component gekregen. Hiermee heeft de regering zichzelf een fatale handicap opgelegd. Productierechten zijn vergelijkbaar met parkeervergunningen, maar dan voor dieren. Indien parkeervergunningen verhandelbaar zouden worden gemaakt, dan verliest het openbaar bestuur noodzakelijke zeggenschap over dat reguleringsinstrument.

aantal agrarische bedrijven 2000 - 2024
veestapel Nederland 2011- 2021

Woordenboek

Productierechtenhandel