Vergrassing en verruiging
De onnatuurlijke toename van grassen en struikgewas als gevolg van verzuring en vermesting, waardoor andere soorten worden verdrongen. Een bekend voorbeeld is het woekeren van de pijpenstrootje (grassoort) in heidegebieden, die de heidevegetatie verdringt.
Door stikstofdepositie treden vermestende en verzurende effecten op. Deze kunnen in samenspel of ieder op zich ertoe leiden tot versnelde groei van grassen en struikgewas, waardoor kruidachtige plantensoorten uit een gebied verdwijnen. Meestal is sprake van een sterke achteruitgang in de biodiversiteit. Omdat veel insecten afhankelijk zijn van kruidachtige planten nemen ook hun dichtheden sterk af of verdwijnen ze. Voor vogels van open habitattypen wordt het vaak moeilijker om goed voedsel te vinden. De plantensoorten die de andere wegconcurreren worden ook wel ‘verdringingssoorten’ genoemd.