Vermesting
Onnatuurlijke en verstorende toename van de hoeveelheid plantenvoedingsstoffen in een ecosysteem of een onnatuurlijke en verstorende toename van stikstof in een ecosysteem. Dit heet vermesting omdat de natuurlijke vegetatie een overschot aan voedingsstoffen (meststoffen) krijgt.
Strikt genomen betekent vermesting dat er op onnatuurlijke wijze meer plantenvoedingsstoffen in een ecosysteem terecht komen. Omdat stikstof vaak een beperkende voedingsstof is voor de plantengroei, lijken de effecten van stikstofdepositie op natuur soms alsof er mest is uitgereden.
Groeien planten niet harder dan gewoonlijk als gevolg van de overvloed aan stikstof, dan kan er alsnog sprake zijn van vermestende effecten van stikstofdepositie. Maar, ook als de planten niet harder gaan groeien als gevolg van stikstofdepositie, kan er toch sprake zijn van vermestende effecten van stikstofdepositie. Bijvoorbeeld het uitspoelen van nitraat, ammonium toxiciteit, verschoven nutriënt-verhoudingen en veranderde stikstof- en eiwitfysiologie in planten en dieren. Omdat de effecten van stikstof groter worden als er een grotere stikstofvoorraad is ten opzichte van andere plantenvoedingsstoffen, versterken verzuring en vermesting elkaars negatieve effecten in ecosystemen.
Stikstofdepositie verhoogt de stikstofbeschikbaarheid en via de verzuring verlaagt het de nutriëntenvoorraad. In droge ecosystemen treden verzuring en vermesting vaak tegelijkertijd op, maar zijn ze niet gemakkelijk tegelijkertijd te verhelpen. Het aanbrengen van bufferstoffen tegen verzuring werkt ook vermestend terwijl het verwijderen van stikstof met biomassa de verzuring aanjaagt. Er worden dan immers ook veel plantenvoedingsstoffen uit het ecosysteem verwijderd. Deze problematiek doet zich vooral voor in van nature nutriëntenarme ecosystemen, zoals de zandgronden van de duingebieden en de Veluwe.
Voor verder lezen, zie