Verzuring
Onnatuurlijke toename van zuren in de bodem als gevolg van zure depositie, zoals stikstofdepositie, en de nadelige gevolgen daarvan, zoals een tekort aan plantenvoedingsstoffen en een vertraagde strooiselafbraak.
Het heet verzuring omdat reactief stikstof omgezet wordt in (zouten van) salpeter(ig)zuur, zoals NO3.
Strikt genomen betekent verzuring dat er meer zuur (waterstofatomen) in de bodem komen, maar tegelijkertijd staat het ook voor een afname in de capaciteit van de bodem om zuur te neutraliseren. Dit gaat ook gepaard met een afname van de beschikbaarheid van plantenvoedingsstoffen, zoals calcium en kalium en vaak is er juist een toename van het giftige aluminium. Een overschot aan nitraat dat uitspoelt naar de diepere bodem leidt ook tot een afname van plantenvoedingsstoffen, waardoor de gevolgen van verzuring sterker optrede
Deze combinatie van veranderingen maken dat plantensoorten verdwijnen, de strooiselafbraak minder goed verloopt en bomen minder voedingsstoffen kunnen opnemen. Dit leidt vervolgens tot een afname van insecten en andere kleine dieren. Bij ernstige verzuring treedt ook gebrek aan calcium op bij bijvoorbeeld zangvogels, die dan problemen krijgen bij het maken van hun eischalen. Jonge vogels zakken als gevolg van calciumgebrek door hun pootjes, omdat ze met hun voeding te weinig calcium binnenkrijgen.
Er zijn meerdere maten voor bodemverzuring, maar vaak wordt de pH gebruikt, die lager is als de bodem zuurder is. Eén pH eenheid lager, betekent 10 keer meer zuur. Onder een pH van 3.5 is er in droge bodems bijna altijd sprake van ernstige verzuring. De effecten van verzuring worden versterkt door vermesting.
Voor verder lezen, zie