Afrekenbare stoffenbalans

Administratie van stikstofrelevante stoffen die binnen het veehouderijbedrijf circuleren (verschil tussen input en output), zodat inzicht kan worden verkregen in de stikstofbedrijfsvoering. Indien de stoffenbalans een juridische rol gaat spelen in het emissiereductiebeleid dan zal de balans ook betrouwbaar en afrekenbaar moeten worden gemaakt. De afrekenbare stoffenbalans is momenteel geen voorgeschreven praktijk in de veehouderij.

Het eiwitrantsoen is een belangrijke factor voor de optredende stikstofemissies. Ter illustratie: in de melkveehouderij is de gemiddelde melkproductie van koeien in de afgelopen 30 jaar met ca. 40% toegenomen, wat onder meer mogelijk is geworden door eiwitrijker veevoer. Het gevolg van het eiwitrijker veevoer is dat in dezelfde periode ook de gemiddelde stikstofemissie per koe is toegenomen met ca. 50%.

Melkkoeien geven meer melk
Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/18/grotere-melkveebedrijven-en-meer-melk

MINAS (Mineralen Aangifte Systeem), een variant op de afrekenbare stoffenbalans, is actief . reguleringsbeleid geweest van 1998 tot 2003 maar in 2003 door het Europees Hof van Justitie strijdig verklaard met de Nitraatrichtlijn.

Sommigen pleiten in 2026 voor de herintroductie van de afrekenbare stoffenbalans in het kader van doelsturing. De basisvraag hierbij is welk realiteitsgehalte overheidsregulering toekomt die haaks op de ontwikkeling van intensivering en turbokoeien de sector een tegengestelde beweging wil laten maken.

Voor verder lezen, zie de WUR-rapport 1349 uit 2021, ‘Onderzoek naar de mogelijkheden van een Afrekenbare Stoffen Balans voor de melkveehouderij’.

Schema stikstof agrarische sector
Bron: https://www.clo.nl/indicatoren/nl009419-stroomschema-voor-stikstof-en-fosfor-in-de-landbouw-2018

– Politieke duiding

Over het realisme van de afrekenbare stoffenbalans en doelsturing leeft zware controverse. Deze controverse betreft het realiteitsgehalte in de veehouderijpraktijk van de afrekenbare stoffenbalans en doelsturing. Dit debat raakt hoofdzakelijk de bedrijfsvoering van de melkveehouderij, verreweg de grootste stikstofbron. Dit betreft twee aspecten. Ten eerste de toepasbaarheid binnen de smalle marges van de (internationale) marktprijzen. Ten tweede de controle en handhaafbaarheid van die maatregelen.

In de afgelopen decennia is de gemiddelde melkproductie per koe met tientallen procenten toegenomen op basis van eiwitrijker veevoer, met als direct gevolg een toename van de stikstemissie per melkkoe. Door te sturen op minder eiwitrijk voer wordt de melkveesector opgelegd een U-bocht te maken van hoogproductieve (turbo)koeien naar extensieve (bio)koeien. Daarmee zal de kostprijs per liter melk stijgen, wat botst met de (internationale) marktprijzen. Melkveehouders met een sterke oriëntatie op hoogproductieve melkkoeien zullen niet snel zijn te bewegen naar een fundamenteel ander bedrijfsmodel. Zeker niet indien grote scepsis bestaat over de noodzaak daarvan. In herinnering wordt gebracht dat veel veehouders de ernst van de natuurschade in twijfel trekken.

Het tweede punt is de toezicht op en handhaving van de maatregelen. Indien het geen uniforme maatregel betreft maar een serie facultatieve maatregelen (de boer aan het stuur) dan zal dit uitpakken als een juridisch stekelvarken. Controle en handhaving van nu geldende milieunormen voor de veehouderij in de bestaande situatie is al zwaar ondermaats. Het optuigen van een nieuw en facultatief regelkader in de vorm van een afrekenbare stoffenbalans en doelsturing waarvan de effectiviteit onzeker is, brengt grote risico’s met zich mee. Dit staat bovendien haaks om de sterke roep om minder regeldruk.

Woordenboek

Afrekenbare stoffenbalans