MINAS: Mineralen Aangifte Systeem (1998)

Agrarische bedrijfsadministratie van de mineralen in mest (fosfaten en nitraten), met als doel om stikstofuitspoeling in de vorm van met name nitraat (NO3) naar het grondwater te beperken. Als waterkwaliteitsnorm op basis van de Nitraatrichtlijn Waterkwaliteit geldt een norm van 50 mg/l.

Betreft een beleidsprogramma dat van 1998 tot 2003 van kracht was als Nederlandse uitwerking van de Nitraatrichtlijn, en is gestaakt nadat het Europese Hof van Justitie op 2 oktober 2003, (ECLI:EU:C:2003:532) dit in strijd met de Nitraatrichtlijn had verklaard.

Het werkte als volgt. Landbouwbedrijven moesten elk jaar aangifte doen van de aan- en afvoer van mineralen op hun bedrijf (aanvoer zoals veevoer en kunstmest; afvoer in de vorm van gewassen, melk, vlees en dierlijke mest). Op basis hiervan werd elk jaar per bedrijf het stikstof- en fosfaatoverschot berekend. Was de uitkomst hoger dan de verliesnorm (onbenutte mineralen, verlies aan meststoffen in de bodem) dan moest het bedrijf een heffing betalen. Er was veel kritiek op de rekenmethode vanwege de complexiteit en fraudegevoeligheid.

Doelsturing en de afrekenbare stoffenbalans, momenteel populaire vermeende oplossingen, zijn in feite een variant op de MINAS-boekhouding.

Voor een reflectie op MINAS-programma, zie ‘MINAS: van goed idee naar papieren tijger.’

Voor meer lezen, zie

www.clo.nl/minas

– Politieke duiding

Over het realisme van de afrekenbare stoffenbalans en doelsturing leeft zware controverse. Deze controverse betreft het realiteitsgehalte in de veehouderijpraktijk van de afrekenbare stoffenbalans en doelsturing. Dit debat raakt hoofdzakelijk de bedrijfsvoering van de melkveehouderij, verreweg de grootste stikstofbron. Dit betreft twee aspecten. Ten eerste de toepasbaarheid binnen de smalle marges van de (internationale) marktprijzen. Ten tweede de controle en handhaafbaarheid van die maatregelen.

In de afgelopen decennia is de gemiddelde melkproductie per koe met tientallen procenten toegenomen op basis van eiwitrijker veevoer, met als direct gevolg een toename van de stikstemissie per melkkoe. Door te sturen op minder eiwitrijk voer wordt de melkveesector opgelegd een U-bocht te maken van hoogproductieve (turbo)koeien naar extensieve (bio)koeien. Daarmee zal de kostprijs per liter melk stijgen, wat botst met de (internationale) marktprijzen. Melkveehouders met een sterke oriëntatie op hoogproductieve melkkoeien zullen niet snel zijn te bewegen naar een fundamenteel ander bedrijfsmodel. Zeker niet indien grote scepsis bestaat over de noodzaak daarvan. In herinnering wordt gebracht dat veel veehouders de ernst van de natuurschade in twijfel trekken.

Het tweede punt is de toezicht op en handhaving van de maatregelen. Indien het geen uniforme maatregel betreft maar een serie facultatieve maatregelen (de boer aan het stuur) dan zal dit uitpakken als een juridisch stekelvarken. Controle en handhaving van nu geldende milieunormen voor de veehouderij in de bestaande situatie is al zwaar ondermaats. Het optuigen van een nieuw en facultatief regelkader in de vorm van een afrekenbare stoffenbalans en doelsturing waarvan de effectiviteit onzeker is, brengt grote risico’s met zich mee. Dit staat bovendien haaks om de sterke roep om minder regeldruk.

Woordenboek

MINAS: Mineralen Aangifte Systeem (1998)