Wet natuurbescherming (Wnb, 2017)
Wet van 1 januari 2017, opvolger van de Natuurbeschermingswet 1998, met daarin onder meer de Nederlandse wettelijke regeling (implementatie) van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn, met als doel de bescherming van een Europees netwerk van natuurgebieden.
De bescherming bestaat onder meer uit een vergunningregeling voor natuurschadelijke activiteiten in overeenstemming met artikel 6 Hrl. De Wet Natuurbescherming is per 1 januari 2024 overgezet in de Omgevingswet. Maar momenteel (2026) lopen nog steeds veel procedures over besluiten van voor die datum, waardoor de Wet Natuurbescherming voorlopig nog wel relevant zal blijven.
De Natuurbeschermingswet van 1998 was weer de opvolger van de Natuurbeschermingswet uit 1967. In 1967 bestond de Europese Habitatrichtlijn nog niet, en was natuurbescherming nog een exclusief nationale aangelegenheid. Op basis van de Natuurbeschermingswet uit 1967 konden zogeheten natuurmonumenten worden aangewezen. Dit waren vaak kleine gebieden, die enigszins willekeurig werden aangewezen door de minister van Landbouw, Natuur en Visserij. De aanwijzing als natuurmonument had in de praktijk weinig betekenis, en kon ook makkelijk weer ongedaan worden gemaakt. Met uitzondering van de natuurmonumenten die later als Natura 2000-gebied zijn aangewezen is de wettelijke bescherming later weer opgeheven. Als argument werd hierbij genoemd dat Nederland niet meer natuurbescherming zou moeten bieden dan Europeesrechtelijk verplicht is: Nederland moest de ‘nationale koppen’ schrappen.
Vanaf 1998 was Nederland verplicht om Natura2000-gebieden aan te wijzen en die in overeenstemming met de Habitatrichtlijn een wettelijke bescherming te bieden. Dit proces is merendeels in 2004 afgerond, maar pas nadat Nederland tweemaal door de Europese Commissie in gebreke is gesteld. Zie de veroordelingen door het Europees Hof van Justitie in 1998 in de Zaak C-3/96 (Commissie tegen Nederland) en in 2005 opnieuw in de Zaak C-441/03 (Commissie tegen Nederland).