Verslechteringsverbod
Volgens de Habitatrichtlijn (artikel 6 lid 2 Hrl) is elke EU-lidstaat verplicht om vastgestelde (dreigende) verslechtering van de natuurkwaliteit in N2000-gebieden door menselijk handelen met urgentie te stoppen. Met verslechtering wordt bedoeld: ten opzichte van de kwaliteit ten tijde van de aanwijzing van de N2000-gebieden. Dit zijn in de meeste gevallen data tussen 1994 en 2004. Indien een betere staat is bereikt, moet deze verbeterde staat als referentie dienen.
Het verslechteringsverbod is een belangrijk onderdeel in de additionaliteitstoets bij een natuurvergunningsprocedure. Beoordeeld moet worden of de natuursituatie wellicht dermate slecht is dat geen dan wel minder stikstofdeposities kunnen worden toegestaan.
De verslechtering is het gevolg van een decennialang blijven ophopen van stikstof in de bodem met steeds negatievere gevolgen voor de aanwezige mineralensamenstelling (accumulatie van het stikstofeffect) waardoor de abiotische omstandigheden (de niet levende omstandigheden) dermate ongunstig worden dat de aanwezige ecologie dreigt te verdwijnen. Naarmate de abiotische omstandigheden ongunstiger zijn wordt het steeds moeilijker om verslechtering nog te keren.