Vrijstelling vergunningplicht
Regeling waarmee potentieel natuurschadelijke activiteiten vergunningvrij worden verklaard. Dit kan per bedrijfssector, zoals gebeurde met de stikstofemissies door bouwactiviteiten. Het kan ook worden gedaan door alle activiteiten met een depositie lager dan een drempelwaarde vergunningvrij te verklaren. Dit is bijvoorbeeld gedaan met de PAS-melders onder het PAS tussen 2015 en 2019, waarbij de drempelwaarde 1 mol/ha/jr was.
Aan vrijstellingsregelingen kleven grote risico’s. Indien de vrijstelling later onwettig blijkt te zijn, dan komen de betrokkenen in de problemen vanwege illegaal gerealiseerde activiteiten. In de stikstofkwestie hebben zich inmiddels drie vrijstellingsongelukken voorgedaan, met grote gevolgen.
De PAS-melders-kwestie is de bekendste vrijstelling (PAS-uitspraak, 2019), hierop volgde de bouwvrijstelling (Porthos-uitspraak, 2022). Met de vergunningvrijstelling in geval van intern salderen bleek een derde groep activiteiten zonder de vereiste vergunning te zijn uitgebreid (Rendac-uitspraak, 2024).
Met de rekenkundige ondergrens (RKO) werd een vierde – tot nu toe onvoltooide – poging gedaan.
De politieke discussie over de vrijstelling van de vergunningplicht houdt direct verband met de basisopvatting over de stikstofkwestie. Stikstof is in de eerste plaats een ecologische kwestie. Los de ecologische problemen op, daarmee los je ook het juridisch probleem op. Dit omdraaien maakt de problemen enkel groter. Nauw verwant met het woordenkoppel drempelwaarde / rekenkundige ondergrens.