Intern salderen

Begrip uit de vergunningpraktijk. Stikstofrekensom waarbij een depositietoename door een nieuwe stikstofbron (een beoogde nieuwe activiteit of door uitbreiding van een bestaande activiteit) wordt weggestreept tegen depositieafname bij een bestaande emissiebron. Die afname is mogelijk bijvoorbeeld door de toepassing van milieureductietechniek of het opheffen van een emissiebron. De positieve en negatieve effecten worden doorgaans met elkaar verrekend binnen hetzelfde bedrijf.

Voorbeeld: in een varkensstal zitten 1.000 varkens met een emissie van 3,0 kg NH3 per varkensplaats. Dat betekent een bestaande emissie van 3.000 kg NH3. Die stal wordt afgebroken en vervangen door een nieuwe grotere stal met in totaal 2.000 varkens die allemaal per dierplaats een emissie van 1,5 kg NH3 veroorzaken. Met het dubbele aantal dieren wordt zo een zelfde emissie veroorzaakt. Strikt genomen ontstaat door de bedrijfsuitbreiding met 1.000 varkens een nieuwe emissiebron van 1.500 kg NH3. Echter, die emissietoename kan worden verrekend (gesaldeerd c.q. gemitigeerd) met de emissiereductie van de oorspronkelijk gehouden varkens die niet langer een emissie van 3.000 kg veroorzaken, maar 1.500 kg.

Met deze emissies is vervolgens een depositierekensom te maken middels het AERIUS-rekenprogramma. Indien andere factoren zoals de locatie, emissiehoogte en luchtuittreesnelheid van de schoorsteenpijp gelijk blijven, dan blijft de depositie binnen de eerder vergunde depositieruimte. Er is dan sprake van intern salderen van de emissieafname bij de eerder vergunde dieren met de emissietoename als gevolg van de extra dieren. Hierbij moet worden gezegd dat een vergunning altijd wordt verleend voor een activiteit, en niet voor een bepaalde emissie. De vergunning wordt in dit voorbeeld verleend voor een bepaald aantal dieren, en niet voor een bepaalde emissie. De emissie is enkel het gevolg (een afgeleide) van de vergunde activiteit.

Bij het voorgaande is mogelijk een bijzonderheid aan de orde in het geval van bemestingsemissies. In de Raad van State-uitspraak ECLI:NL:RVS:2022:2874 wordt intern salderen geaccepteerd van bemestingsemissies op percelen van verschillende agrarische bedrijven. Mogelijk houdt die uitzondering verband met het gegeven dat bemestingsemissies zijn toegelaten op basis van algemene regels (Meststoffenwet) en niet op basis van natuurvergunningen. Hierover moet in toekomstige rechtspraak duidelijkheid worden gegeven.

In geval van extern salderen wordt een depositietoename op locatie A (saldonemer, meestal de vergunningaanvrager) weggestreept tegen een depositieafname bij een ander plan of project (locatie B, saldogever, bijvoorbeeld een stakend bedrijf waarvan dan ook de vergunning wordt ingetrokken).

Voorbeelden van extern salderen: de uitkoop van boeren door Schiphol dat meer vliegbewegingen vergund wil krijgen of door Rijkswaterstaat die een snelweg wil aanleggen. Maar ook een veehouderijbedrijf dat wil uitbreiden en emissieruimte van een andere veehouderij overneemt.

Sinds de Rendac-uitspraak van de Raad van State op 18 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4923) geldt de additionaliteitstoets voor de gehele referentiesituatie alsook voor eventueel extern salderen. Dit betekent dat alsnog van de integrale vergunde depositieruimte moet worden beoordeeld of die nodig is voor natuurbehoud of -verbetering.

Salderen staat sterk ter discussie omdat de beschikbare emissiegegevens over de bestaande bedrijfsvoering en/of over de effectiviteit van de milieureductietechniek vaak onvoldoende betrouwbaar zijn. In het bovengenoemde voorbeeld: is de emissiereductie van 3,0 kg NH3 naar 1,5 kg NH3 per dierplaats realistisch en juridisch geborgd.

Woordenboek

Intern salderen