Richtlijn intern en extern salderen (2019)

(Merendeels achterhaalde) provinciale vergunningbeleidsregels voor intern en extern salderen van stikstofdeposities: het verrekenen (salderen) van stikstofneerslag met andere bestaande legale activiteiten.

Met de Spoedwet aanpak stikstof in 2020 en de daaruit voortvloeiende Logtsebaan-uitspraak van de Raad van State in 2021 werd het intern salderen vergunningvrij, en daarmee de richtlijn voor het onderdeel intern salderen overbodig.

Maar, met de Rendac-uitspraak van de Raad van State op 18 december 2024, (ECLI:NL:RVS:2024:4923), herleefde de vergunningplicht voor intern salderen. Aan deze vergunningplicht voor intern salderen werd bovendien de additionaliteitsvereiste verbonden, wat betekent dat als onderdeel van de vergunningprocedure onderzocht moet worden of een reductie van eerder vergunde emissieruimte nodig is ten bate van de natuurbelangen. Met andere woorden: een beroep op eerder vergunde emissieruimte is niet meer vanzelfsprekend, zoals dat sinds de Raad van State-uitspraak van 31 maart 2010, (ECLI:NL:RVS:2010:BL9656), vast gebruik was geworden.

De additionaliteitstoets was al eerder van toepassing verklaard op extern salderen.

Begin 2026 ontbreekt in veel gevallen nog een houdbare additionaliteitstoets, wat direct verband houdt met de staat van (dreigende) verslechtering waarin veel natuurwaarden verkeren. In de komende tijd zal duidelijk moetern worden welke eisen aan het stoppen van de verslechtering moet worden gesteld. Aangenomen wordt dat het geborgd keren van de verslechtering een essentiële voorwaarde is voor een deugdelijke additionaliteitstoets.

Woordenboek

Richtlijn intern en extern salderen (2019)