Mestaanwending-mest uitrijden

Mest wordt ingezet als voedingsstof voor het verbouwen van veevoer (o.a. gras, voederbieten en mais) en andere landbouwgewassen (voor menselijke consumptie). Het uitrijden van (drijf)mest en het beweiden van dieren is met ca. 25 % van de totale binnenlandse stikstofemissies – na de stalemissies – de grootste binnenlandse emissiebron van stikstof. Door onder meer de mest-onderwerkplicht uit 1992 zijn de emissies als gevolg van het mest uitrijden fors afgenomen. Deze plicht houdt in dat de drijfmest in de grond moet worden geïnjecteerd, waardoor minder stikstofemissies optreden. Het uitrijden van mest is geregeld in de Meststoffenwet.

Het arrest van het Europees Hof van Justitie van 7 november 2018 (ECLI:EU:C:2018:882) en de PAS-uitspraak van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1604) waren onder meer baanbrekend omdat met deze uitspraken is vastgesteld dat ook emissies als gevolg van bemesten en beweiden vergunningplichtig zijn. Dit volgde uit de conclusie dat bemesten en beweiden wel degelijk onder het projectbegrip van artikel 6 lid 3 Hrl vallen, en daarom potentieel vergunningplicht. Dit was in tegenspraak met wat de provinciebesturen en de minister van Landbouw, Natuur en Visserij stelden.

productie mest

Woordenboek

Mestaanwending-mest uitrijden